Deze bedrijvigheid rondom de Eem bracht veel andere bedrijven naar het gebied. Veel bedrijven maakten bouwmaterialen als zand, kalk, tegels en het kunststeen ocriet, dat via de rivier werd verplaatst. Maar er waren ook watergebonden glasblazerijen, scheepswerven en weverijen actief aan de Eem. Het bracht veel mensen en welvaart naar de regio.
Industrieel erfgoed en de vervuiling van de Eem
Ook binnen de stadsgrenzen van Amersfoort bestond er aan de Eem veel bedrijvigheid. Haast alle handelswaar werd per schip vervoerd. Sinds de ontwikkeling van de stoommachine kreeg de bedrijvigheid steeds meer een industrieel karakter. Er stonden silo’s, pakhuizen, een oliemolen, veevoederfabrieken, een stoomblekerij, lijmfabriek, poetsmiddelenfabriek, luciferfabriek en graanhandels. Industrie in de stad bleek echter niet houdbaar op de lange termijn. Het vervuilde de stad. De Eem raakte vervuild en de stad moest keuzes maken. Veel bedrijven vertrokken of moesten vertrekken. Zo moest zeepfabriek De Duif de stad verlaten, met tot gevolg dat rond de nieuwe vestigingsplek Den Dolder kon ontstaan op het heidegebied buiten de stad.
Dit verhaal verscheen eerder als onderdeel van het boek Voor de Boeg.