De Rijn in de provincie Utrecht

Kaart van het gebied van de Gelderse Vallei tussen de Zuiderzee en de Rijn, met schetsmatige weergave van dorpen, kastelen, molens, wegen en watergangen. J. van Broeckhuijsen - 1701 Publiek Domein 1.0

Maritiem erfgoed

Veranderende waterlopen van de provincie Utrecht

Waterlopen liggen over het algemeen niet vast. In vroegere tijden konden rivieren flink meanderen en zo steeds een nieuwe weg banen door het landschap. Hoe ga je daar mee om? Onze voorouders hebben zich natuurlijk aangepast aan de risico’s van het landschap. Ze accepteerden overstromingen, maar namen ook de nodige besluiten om het water in hun greep te krijgen en voor hen te laten werken.

De Utrechtse geschiedenis wordt gekenmerkt door een aantal belangrijke rivieren: de Lek, de Kromme Rijn, de Oude Rijn, de Hollandse IJssel, de Eem en de Vecht. Deze rivieren zijn al eeuwenlang in gebruik als belangrijke transportwegen voor voedsel en bouwmaterialen, als waterleverancier voor drinkwater en irrigatie, en als afvoerwegen voor overtollig water en afval. Al deze rivieren hadden nogal eens veranderende waterlopen. Zo begon de Oude Rijn vanaf de negende eeuw sterk te verzanden, wat vrachtvervoer vermoeilijkte. Andere traden sterk uit hun oevers, zoals bijvoorbeeld De Eem deed. Daar ging de mens iets aan doen.

Vikingen in Dorestad

De Vikingen kwamen rond 800 vooral naar Dorestad om te handelen. Paul Becx - 2008

Afdamming

De hoofdloop van de Rijn liep vanaf het begin van onze jaartelling bij Dorestad via de Kromme Rijn naar het noorden en dan bij Harmelen via de Oude Rijn westwaarts naar Leiden, om bij Katwijk uit te monden in de Noordzee. Deze loop van de Rijn vormde tevens de noordgrens van het Romeinse Rijk. In 1122 werd de verbinding van de Rijn met de Kromme Rijn afgedamd, waarna het Rijnwater via de Lek naar zee stroomde. Na de afdamming van de Kromme Rijn werd de vrachtvaart naar Utrecht verlegd naar de Vaartse Rijn (ook wel Rechte Rijn genoemd), één van de oudste kanalen van Nederland, die in 1127 gegraven is.

Gezicht over de Vaartsche Rijn te Utrecht

Gezicht over de Vaartsche Rijn te Utrecht uit het zuidwesten vanaf het jaagpad aan de westzijde met rechts de houtzaagmolen Oog in 't Zeil, in het midden (boven de ruiter) het huis Rijnhoven, links daarvan (achter de trekschuit) het huis Rijn en Veldzicht, rechts daarvan het huis Ruimzicht en op de achtergrond de Domtoren en de torens van de Nicolaikerk. Beijer, J. de, tekenaar / 36024 / collectie Het Utrechts Archief - 1737-1739 Publiek Domein 1.0

Kanalisering

Nederland is een kanalenland bij uitstek. Er zijn wel duizenden kanalen gegraven. Doorgaans fungeren die als vaarweg, als alternatieve route voor een ondiepe, verzandde of een erg meanderende rivier. Veel kanalen gebruiken we nog dagelijks, ook in de provincie Utrecht. De Vaartse Rijn is al genoemd als primeur, in 1127, maar er werd nog meer gegraven. De Keulse Vaart, bijvoorbeeld, die in 1825 als kanaal werd aangelegd en was bedoeld als snellere verbinding tussen Utrecht en Amsterdam. De Vecht, waarover het verkeer tussen deze steden liep, was veel te bochtig en had veel bruggen en sluizen.

Eind negentiende eeuw werd besloten het Merwedekanaal te graven, om de Keulse Vaart te ondersteunen. In 1892 was het af, maar begin twintigste eeuw bleek dat dit kanaal nog breder en nog dieper moest worden om de nieuwste schepen ruimte te geven. Dit werd in 1931 het Amsterdam-Rijnkanaal, ontworpen door de latere NSB-leider Anton Mussert. Hij was destijds hoofdingenieur van de Utrechtse waterstaat.

Kaart van het tracé van het ontworpen Merwedekanaal bij de aansluiting met de Vaartsche Rijn te Jutphaas

Kaart van het tracé van het ontworpen Merwedekanaal bij de aansluiting met de Vaartsche Rijn te Jutphaas; met weergave van de te onteigenen percelen en vermelding van de eigenaren. Kemper, P.H. / 216716 / collectie Het Utrechts Archief - 1882 Publiek Domein 1.0

Recreatie

Grote delen van de provincie bestonden in de Middeleeuwen uit laagveengebieden en stond constant onder water. Door deze gebieden te ontginnen zetten mensen het gebied naar eigen hand. Er kon bijvoorbeeld veen worden gewonnen (gebaggerd), waarna het als brandstof kon worden gebruikt. Maar wat doe je met al die plaatsen waar het veen is weggebaggerd? Daar ontstond open water en dus, in recenter tijden, ruimte voor recreatie. Denk aan de Loosdrechtse en Vinkeveense Plassen. En de Maarsseveense Plassen ontstonden dankzij zandwinning voor de bouw van de Utrechtse wijk Overvecht. Wanneer je daar een duik neemt, sta je dus eigenlijk tot je middel in de geschiedenis!

Dit verhaal verscheen eerder als onderdeel van het boek Voor de Boeg.

Fragment van titelvignet met een schrijvende vrouw

Martine van Lier

Martine is erfgoedconsulent en schrijfster van het boek Voor de Boeg.

Meer verhalen van deze auteur

Extra info

Thema Maritiem erfgoed
Type Geschreven verhaal
Permalink
https://n2t.net/ark:/88585/02ec866c-bdf7-4d91-af4c-608a88d0603c
2025 Landschap Erfgoed Utrecht