Hazewater Geopark

Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht - 2025 CC BY-NC-ND 4.0

Ode aan het landschap

Stuwwal in het laagland

Het verhaal van Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht

Een Geopark is een landschappelijk gebied dat bijzonder is door de aardkundige, ecologische en cultuurhistorische waarden. Voor Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht is het water daarin hoofdthema. Juist de waterhuishouding en hoe de mensen daar mee om gaan, maken dit gebied, dat een groot deel van de provincie Utrecht omvat, bijzonder en onderscheidend. Het gebied is eigenlijk Nederland in het klein en qua waterhuishouding te zien als één systeem. Tijd voor een kleine geschiedenis van dit gebied. 

De Utrechtse Heuvelrug is zo’n 150.000 jaar geleden ontstaan, toen landijs vanuit Scandinavië over Nederland schoof en oude rivierafzettingen opstuwde. Dit noemen we een stuwwal. Vervolgens speelden ook onder meer smeltwater, permafrost, verstuivend zand, rivieren en zeespiegelverandering hun rol in de vorming van de ondiepe ondergrond en die van het huidige landschap. Dat maakt voor een unieke samenkomst van dingen die je nergens anders zo aantreft als hier.

Het stuwwallengebied van het Gooi en van de Utrechtse Heuvelrug ligt tussen het Gooimeer in het noordwesten en de Nederrijn in het zuidoosten. Van Huizen tot Rhenen tekenen deze hoogten zich over een afstand van 50 kilometer duidelijk af boven het omringende laagland. De Amerongse Berg is met 69,2 meter boven zeeniveau het hoogst. De Grebbeberg (52 meter), op de zuidoostpunt van de Heuvelrug, biedt een panoramisch uitzicht over de Betuwe. Hier is de stuwwal aan de zuidzijde extra steil, doordat deze is aangesneden door het water van de Nederrijn. Naast de Utrechtse Heuvelrug komen nog enkele stuwwalheuvels voor, zoals de Emminkhuizerberg bij Veenendaal en de stuwwalheuvels van Soest, Baarn en Lage Vuursche.

De Utrechtse Heuvelrug is met zijn hoge zandgronden – na de Veluwe – het op een na grootste bosgebied van Nederland. Deze hoge, langgerekte ‘zand- en grindberg’ wordt omringd door een gordel van zogenoemd dekzand en waterrijk land met veen- en kleigebieden. In het westen, ten noorden van de stad Utrecht, ligt het Vecht- en plassengebied. Ten zuidoosten van de stad Utrecht sluit het Kromme Rijngebied aan tegen de Heuvelrug en in het noordoosten, bij Amersfoort, ligt Eemland, genoemd naar de rivier de Eem.

Geologische doorsnede Utrechtse Heuvelrug

Bewerking door Maarten Grave, Slooves. TNO | Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht - 2025 CC BY-NC-ND 4.0

Geologische doorsnede

Op de bovenstaande geologische doorsnede van het Kromme Rijngebied (links) en de Utrechtse Heuvelrug (rechts) zijn in de diepere ondergrond afzettingen uit de voorlaatste ijstijd (het Saalien) en eerder te zien. Daarboven afzettingen van vlechtende rivieren en door de wind afgezet dekzand. In de laatste tienduizend jaar zijn daarbovenop lagen veen gegroeid en pakketten rivierklei afgezet. 

De lage, natte delen van het Geopark zijn vanouds voor de watertoevoer in belangrijke mate afhankelijk van grondwater van hogere gronden van de Gooise en Utrechtse Heuvelrug. Het stuwwallencomplex fungeert als infiltratiegebied voor regenwater. Het grondwater onder de stuwwal, ook wel de grondwaterbel genoemd, wordt voornamelijk aangevuld door deze neerslag. Aan de flanken komt gezuiverd water weer omhoog als kwelwater. Over het algemeen worden de stuwwallen zelf beschouwd als één watervoerend pakket met een dikte van 150 tot 250 meter. De brede banden van zogenoemd gordeldekzand op de flanken van de stuwwallen vormen nog steeds de belangrijkste infiltratiezones voor regenwater op de Heuvelrug.

Kromme Rijn bij Amelisweerd

Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht - 2025 CC BY-NC-ND 4.0

Land gevormd door mensenhanden

In het oosten van Utrecht is de Heuvelrug begroeid met uitgestrekte naald- en loofbossen en heide. Aan de westzijde tot en met het zuidelijke deel van de Vecht zijn de relatief natte veen- en weidegebieden van het Vechtplassengebied en aan de zuidoostzijde het oeverwallen- en stroomruggenlandschap van het Kromme Rijngebied. De mens heeft deze gebieden altijd naar zijn hand gezet.

De Kromme Rijn was in de vroege middeleeuwen de transportader tussen de handelsplaats Dorestad en de bisschopsstad Utrecht. Vooral als de Kromme Rijn buiten zijn oevers trad, stond het gebied volledig blank. Maar nadat de Utrechtse bisschop Godebald in de twaalfde eeuw opdracht gaf de Kromme Rijn bij Rhenen af te dammen, werd het mogelijk om de moerasbossen van Langbroek om te zetten in landbouwgrond.

Grote delen van het westen van de provincie Utrecht zijn vanaf ongeveer 1100 ontgonnen. De woeste veengronden werden op initiatief van het klooster van Oostbroek door kolonisten in cultuur gebracht. Zij groeven sloten en weteringen om het overtollige water af te voeren naar de veenriviertjes. De bisschop van Utrecht nam het initiatief voor de ontginning van het Vechtgebied. De Vecht was als handelsroute naar de landen van de Oostzee van levensbelang voor de ontwikkeling van de stad Utrecht.

Al met al is Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht een uniek gebied, met als ruggengraat de stuwwal met op de flanken waterrijke gebieden en een grondwaterbel in de ondergrond. Dit gebied is in de loop der eeuwen steeds intensiever bewoond geraakt waarbij het meerdere malen ‘op de schop’ is gegaan om het aan te passen aan de menselijke behoeften.

Dit verhaal is geschreven door Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht en is ook in boekvorm verschenen

Extra info

Thema Ode aan het landschap
Type Geschreven verhaal
Organisatie Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht
Regio Utrechtse Heuvelrug
Permalink
https://n2t.net/ark:/88585/252f1106-4b2f-4df7-9192-6162794d0b6a
2025 Landschap Erfgoed Utrecht