Sandwijck ligt aan de Utrechtseweg, de historische verbindingsweg van Utrecht richting De Bilt. Een korte oprijlaan leidt vanaf de weg naar het hoofdhuis. Direct achter het huis ligt het landschapspark, gedomineerd door een groot gazon met aan de randen bospartijen. Het park gaat over in weidegebied. Op Sandwijck staan onder meer een schijnkapelletje (folly) en een unieke pergola.
Aan de noordkant van de weg ligt het in Engelse landschapsstijl uitgevoerde Dr. Carel van Boetzelaerpark, met slingerende paden, gazons, boom- en heestergroepen en doorzichten. De hoofdingang van Sandwijck bevindt zich in de linkerzijgevel en heeft een mooi gedetailleerd houten rondboogportiek. Opvallend zijn ook de gietijzeren draagconstructies van de balkons.
Het huis met park is in opdracht van de familie Voet van Winssen rond 1770 gebouwd. In 1875 vond een grote verbouwing plaats waarbij de gevel aan de Biltse Grift rijker werd vormgegeven. In 1990 werd het huis gerestaureerd. Al begin 1800 had Sandwijck een landschappelijke parkaanleg, die rond 1833 waarschijnlijk gewijzigd is door tuinarchitect Hendrik van Lunteren naar de huidige vorm.
Willem Jan Both Hendriksen (1780 – 1853) erfde in 1807 het landgoed.
Om het uitzicht vanuit het huis aantrekkelijker te maken plantte de familie Van Boetzelaer, vanaf 1854 eigenaar van Sandwijck, verschillende boomgroepen aan de andere kant van de Utrechtseweg aan. In 1930 besloot dr. C. W. T. baron van Boetzelaer van Dubbeldam hier, naar ontwerp van de firma H. Copijn en Zn., voor de Biltse bevolking een wandelpark aan te leggen en dat aan de gemeente te schenken.
Uit de serie 'dronebeeld' van het Online Museum De Bilt kun je Sandwijck bekijken en kom je meer te weten over de geschiedenis.
Link met kolonialisme
"Op Sandwijck woonden vanaf 1922 Carel Wessel baron van Boetzelaer (1873-1956) en zijn vrouw Wilhelmina Elisabeth Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (1877-1942). Zij hadden inmiddels een leven in Nederlands-Indië achter zich. Van Boetzelaer was geboren op Buitenplaats ’t Klooster in De Bilt, waar nu het KNMI is gevestigd. Hij had theologie gestudeerd in Utrecht en was daar gepromoveerd op een proefschrift getiteld ‘De gereformeerde kerken in Nederland en de zending in Oost-Indië in de dagen der Verenigde Oost-Indische Compagnie’. Hij ging een belangrijke rol spelen in de zending. In 1906 trad hij aan als de eerste Nederlandse zendingsconsul in Batavia. Op die stoel behartigde hij de belangen van de verschillende Nederlandse protestante zendingsgenootschappen die in Nederlands-Indië actief waren. Hij was ook de verbindende schakel met de koloniale regering. Die moest hij bewegen tot politieke, bestuurlijke èn financiële steun aan de zending. Dat lag gevoelig, want de Indonesische bevolking waarover de koloniale overheid regeerde, was grotendeels islamitisch. Haar het christendom opdringen, was vragen om problemen. In 1922 keerden de Van Boetzelaers terug naar Nederland en gingen op Sandwijck wonen. Tot 1937 was de baron kamerlid voor de Christelijk Historische Unie. In deze conservatieve protestante partij (een van de voorlopers van het CDA) was hij een specialist op koloniaal gebied. Ook zijn vrouw was een koloniale expert. Zij was in 1906 met hem uitgezonden naar Nederlands-Indië. Zij kreeg daar zes kinderen en leerde in Batavia het zendingsbedrijf van binnen en buiten kennen. Samen met haar man bezocht zij in 1938-'39 nog eenmaal de Indonesische archipel (en andere gebieden). Zij publiceerde daarover samen met hem een reisverslag." Bron (deels ingekort): De Bilt - Koloniaal erfgoed te voet
Een wandeling maken op het landgoed?
Je kunt een kleine route van 2 km wandelen over het landgoed.
Wij gebruiken anonieme analytische cookies voor de functionaliteit en ter verbetering van de website. We maken geen gebruik van tracking cookies en verkopen geen gegevens. Bekijk ons privacystatement voor meer informatie.