In het midden troont paus Adrianus VI. Hij draagt de tiara, de cappa magna en de sleutels van Petrus. Jan Wandelaar / collectie Rijksmuseum - 1727 Publiek domein
Paus Adrianus VI van Utrecht
Adrianus was de enige Nederlandse paus ooit, van 1522 tot 1523. Niet erg lang dus, maar hij was een internationaal bekende Utrechter die alle groten der aarde van die tijd kende: Karel V, Luther, Erasmus… Hij verzette zich tegen bepaalde praktijken binnen de katholieke kerk. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Hoe kon hij zo belangrijk worden en wat heeft hij bereikt? Een verhaal over één van de meest invloedrijke Utrechters uit de geschiedenis.
Feest in Utrecht! De klokken luiden meerdere dagen en er is muziek op het stadhuis. De bruggen worden verlicht met teertonnen en de kanunniken van Oudmunster delen gratis brood en graan uit en schenken een borrel. Twee gevangenen krijgen gratie onder de voorwaarde dat ze een bedevaartstocht naar Rome maken. In een plechtige optocht lopen de belangrijke Utrechters vol trots met portretten van de nieuwe paus: de Utrechter Adrianus Floriszn, oftewel paus Adrianus VI.
Brief van Adrianus VI, inmiddels tot paus benoemd. Hij moest nog wat zaken afhandelen vanuit zijn oude functie. Onder andere dus deze brief, die gaat over een Den Ham en een stuk van de landerijen er omheen. onbekend - 1522 Publiek Domein
De barbaar van het Noorden
De intrede van de paus in Rome op 29 augustus 1522 was een stuk minder feestelijk. Het was snikheet en de pest heerste. De meeste kardinalen waren de stad uit gevlucht, maar Adrianus reed rustig op een ezel van de haven naar de stad. Hij werd begroet onder de spottende opmerking: ‘Een barbaar aan de poorten van Rome’.
Adrianus trof een bende aan. Zijn voorganger Leo X was een feestbeest en kunstliefhebber: deze combinatie had tot een lege schatkist geleid. Adrianus gooide het roer radicaal om. Hij leefde zelf sober als een monnik, en verwachtte van zijn hofhouding hetzelfde. Er kwam een einde aan de feesten en overvloedige maaltijden en hij dreigde zelfs het plafond van de Sixtijnse kapel, dat Michelangelo had beschilderd, te laten witten omdat er naakten in voorkwamen.
Tot zijn eerste maatregelen hoorde het verbod op baarden voor de kardinalen (te ijdel) en ze mochten ook al geen wapens meer dragen. Ook was hij voor de afschaffing van de gele puntmutsen voor de Joodse lijfartsen. Hij probeerde de aflatenhandel en het onbeperkt asiel verlenen aan misdadigers te beperken. Dit alles viel niet in goede aarde, zijn bevelen werden vaak genegeerd.
Kniestuk van paus Adrianus VI naar links, zittend in een stoel. Met zijn rechterhand maakt hij een zegenend gebaar. Onder het portret zijn naam en gegevens in drie regels in het Latijn en daaronder een achtregelige tekst in het Latijn. Prentmaker: Jacob Houbraken (vermeld op object) naar tekening van: Jan Wandelaar (vermeld op object) Jacob Houbraken, naar Jan Wandelaar / collectie Rijksmuseum - 1708 - 1780 Publiek domein
Kerkelijke hervormingen
Luther viel de misstanden in de kerk aan en de kardinalen weigerden te hervormen. In zijn ‘Instructio’ verdedigt Adrianus de kerk tegen de beschuldigingen van Luther. Adrianus schrijft: ‘Wij weten dat er in deze Heilige Stoel al gedurende enkele jaren veel verwerpelijk is geweest, misbruik in geestelijke zaken, overdaad in benoemingen, […]’. Hij erkent dat de kerk ‘in hoofd en ledematen’ ziek is, maar Luther was niet onder de indruk en noemde hem ‘de ezel uit de hogeschool van Leuven, uit wiens mond de Satan spreekt’.
Adrianus was de eerste paus die de misstanden in de kerk erkende, maar er was te veel tegenstand vanuit de kerk en vanuit de Romeinse bevolking. Hij heeft niet veel bereikt: hij had nauwelijks medestanders en vooral te weinig tijd. Ruim een jaar na zijn intrede, op 14 september 1523, overleed Adrianus na een poos ziek te zijn geweest. De Romeinen waren blij: op de deur van de lijfarts die hem niet had kunnen helpen, werd een krans gespijkerd met de tekst ‘Voor de bevrijder van het vaderland’.
Altijd heimwee naar Utrecht
Adrianus was op 2 maart 1459 in de Brandsteeg in Utrecht geboren als zoon van Floris Boeyens en Geertruid. In 1476 ging hij studeren in Leuven en werd hoogleraar. Vanaf 1507 verbleef hij veel aan het hof van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk in Mechelen, waar hij de leermeester was van de jonge keizer Karel V. In Utrecht werd hij in 1514 benoemd tot proost - de hoogste geestelijke - van Oudmunster (de Sint-Salvatorkerk, die naast de Domkerk stond). In 1515 reisde hij naar Spanje om daar Karels troonopvolging te regelen, en werd hij regent van Karel V en bisschop in Spanje.
In Spanje hoopte Adriaan steeds op terugkeer naar Utrecht en kocht daarom op 25 april 1517 vanuit Spanje een huis. Hij was zeer blij met zijn aankoop: ‘De Heer gaf mij dat huis, dat mij liever was dan alle andere huizen te Utrecht.’ Dit huis, het Paushuize, heeft hij echter nooit gezien.
Gezicht op de Pausdam te Utrecht met links de huizen aan weerszijden van Achter de Dom, in het midden Paushuize op de hoek van Achter St.-Pieter (links) en de Kromme Nieuwegracht (rechts) en geheel rechts het hoekhuis van de oostzijde van de Nieuwegracht. 35948 / collectie Het Utrechts Archief - 1859-1860 Publiek Domein 1.0
Wat rest er nog in Utrecht behalve het Paushuize? Er is een lantaarnconsole van de kroning bij Oudegracht 265, ongeveer op de plek waar zijn geboortehuis stond, en sinds 2015 een standbeeld op de Pausdam.
Bron
Verweij, M. (2011). Adrianus VI (1459-1523): De tragische paus uit de Nederlanden. Antwerpen: Garant.
IJbeling Hartog
IJbeling is lid van het Schrijfteam van Verhaal van Utrecht.
Meer verhalen van deze auteurExtra informatie
| Thema | Religie & spiritualiteit |
|---|---|
| Type | Geschreven verhaal |
| Periode | Vroegmoderne Tijd (1500 - 1800) |
| Organisatie | Landschap Erfgoed Utrecht |
| Regio | Utrecht stad |
| Plaats | Kromme Nieuwegracht 49, 3512 HE Utrecht, Nederland |
| Permalink |