Oudwijk is ontstaan uit het Klooster Oudwijk, dat in 1131 door Machteld, burggravin van Utrecht voor 20 tot 30 adellijke dames werd gesticht. Oorspronkelijk werd het de Benedictijner Stevensabdij genoemd. Na de Reformatie werd het klooster gesloten en in 1584 grotendeels afgebroken omdat men bang was dat de Spanjaarden het als steunpunt zouden gebruiken.
Het huis Oudwijk bestond waarschijnlijk voor een deel uit het oude hoofdgebouw dat in 1584 gespaard bleef. In 1663 liet Gerard van Reede, heer van Drakenstein, een oude gracht tot vijver uitgraven. Verschillende vooraanstaande Utrechters hebben het huis bewoond, waaronder Hieronymus van Alphen. In 1786 laat hij zijn bezit uitbreiden en verfraaien als 'een hof of plaisiertuijn, met een huijsinge, coepel en hovenierswoning, strekkende voor van de Maliebaan tot aan 't warmoeseniersland van de buitenplaats Oudwijk'.