Gezicht op de voorzijde van het kasteel Nijenrode te Breukelen uit het zuiden. 8742 / collectie Het Utrechts Archief - 1905-1910 Publiek Domein 1.0
Nijenrode
Kasteelgeschiedenis en tuinaanleg
Met zijn slotgracht en zijn hoge bakstenen kasteelmuren doet Nijenrode zijn naam als kasteel eer aan. Het buitengoed staat op een veelhoekig eiland in de slotgracht en kijkt uit over de Vecht. Nijenrode ligt ten zuiden van het dorp Breukelen op de westelijke Vechtoever en bestond in 2025 al 750 jaar.
‘Nije rode’ duikt voor de eerste keer op in aktes uit circa 1275, toen er sprake was van een economische opleving in Angstel-, Amstel-en Vechtstreek. De strijd tussen de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland is debet aan de naam. In de tweede helft van de 13de-eeuw krijgt Gerard Splinter van Ruwiel van de bisschop van Utrecht opdracht tot de bouw van het kasteel op deze pas bouwrijp gemaakte gronden. Hij heeft toestemming hier ‘nieuwe grond te rooien’.
Op een eiland verschijnt al snel een burcht (een versterkt huis) met twee bruggen naar het vasteland. De voornaamste aan de noordzijde vanwege de vastere grond, die aan de zuidzijde naar erg drassig gebied. Daarmee zijn de feitelijke fundamenten gelegd voor het huidige kasteel.
Het kasteel wordt ook gebouwd ter vervanging van een versterkt huis aan de dijk van Oud-Aa, dat al in 1226 werd gebouwd op het grensgebied met het graafschap Holland. Door de verzanding van de Aa heeft dat huis zijn functie verloren. Rond 1250 neemt de Vecht de rol van hoofdwaterweg naar Utrecht van de Aa over. In de periode 1252 – 1259 heeft de bisschop Hendrik van Vianden dan al noordelijker kasteel Vreeland (betekenis ‘Vrede met Holland’) gesticht om de grens met Het Sticht te beschermen.
Bij de opvolger van Gerard Splinter van Ruwiel duikt Nijenrode in de naamgeving op: Gijsbrecht I van Nijenrode. Uit de stamreeks wordt duidelijk dat in totaal 10 generaties van landadel zich zo blijven noemen. Vanwege de strategische functie van het kasteel is er in die tijd nauwelijks sprake van ingrepen in de natuur voor park- en tuinaanleg. Zicht over de omgeving is essentieel. In 1536 wordt Nijenrode met Gunterstein, Oudaen en Rietveld opgenomen in de ridderhofsteden in het Sticht. Dan begint een en ander te veranderen in de park- en tuinaanleg.
Afbeelding van de herbouw van de donjon van het kasteel Nijenrode bij Breukelen: bouwvakkers bezig met een windwerk, met op de achtergrond de donjon. 5245 / collectie Het Utrechts Archief - 1918 Publiek Domein 1.0
Tuin- en parkaanleg
Er zijn talrijke schilderijen van Nijenrode uit de periode tussen de verwoesting en brandstichting door Utrechtse burgers op 25 maart 1511 en het opblazen van het kasteel door de Franse troepenin 1673. Daaruit blijkt dat er wel sprake is geweest van enige park- en tuinaanleg.
Echter na vier eeuwen vererving wordt het landgoed en kasteel (inmiddels ongeveer 10 ha) voor de eerste keer verkocht en komt de ontwikkeling van tuin- en parkaanleg in een stroomversnelling. Met de Amsterdamse koopman Johan Ortt I treedt in 1675 de koopmansadel aan. In 1675 restaureert Johan Ortt het kasteel en breidt hij het terrein uit voor de aanleg van een formele tuin.
Ortt II stelt fruit en verpozing centraal, naast de aanleg van een bos. Groot ongenoegen over windvang van de nabije korenmolen levert veel spanningen op met de molenaar. Schout en schepenen eisen diverse kap- en dunningswerkzaamheden bij de kasteelheer.
Vanwege de grote liefde van Ortt IV voor fruit worden eind 18de eeuw nog eens vier verschillende boomgaarden aangelegd in het park. En ook veel leifruit, zowel bij de ‘broeituin’ als bij het kasteel. Als Nijenrode in 1849 wordt geveild is er twee maanden later voor enkele duizenden guldens hout uit het kasteelpark verdwenen. In 1854 wordt de burgerlijke ondernemer Willem de Heus eigenaar en blijft het kasteel twee generaties lang in bezit van die familie. Ze wonen er niet en verhuren het aan allerhand opleidingsinstituten. Van enige ingrepen in de natuur is nauwelijks sprake.
Tussen 1912 en 1915 wordt er flink ingegrepen en wordt aan de zuidwestkant een park in Engelse landschapsstijl aangelegd. Tuinarchitect Hendrik Copijn pakt allereerst op grootse wijze de verwaarloosde lanenstructuur in het oosten aan en verdubbelt de entreelaan met lindes (die in de oorlog weer sneuvelen). Naar het westen toe wordt daarin kunstig een landschapspark gebreid. Daarbij wordt veel grond verzet om waterpartijen te creëren en worden ook watergangen gedempt. Ten zuiden van het kasteel op ‘extra best weiland’ komen onder andere een wildbaan/hertenkamp en menagerie met wilde en exotische dieren. En weer ten zuiden van die laatste een boomgaard van 30 are met vooral hoogstamfruit. Copijns collega Leonard Antonij Springer heeft dan al voor de aanleg van een rosarium en broderies gezorgd. Uniek is het labyrint van lage buxushagen. Ten noorden van het kasteel ligt een formele geometrische rozentuin in Le Nôtrestijl.
Accepteer cookies om video af te spelen
In Nederland zijn nog maar weinig tuinmuren en nutstuinen bewaard gebleven. Die van Nijenrode zijn nog altijd in gebruik zoals ze zijn aangelegd. De tuinmuur wordt bijvoorbeeld benut voor het kweken van leifruit en de nutstuin (moestuin) voor het telen van fruit en groente. Dat maakt Nijenrode ook in die zin uniek.
Meer lezen
Pol Schevernels, 'Nijenrode 750 jaar' in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jrg. 40, nr. 2 (dec. 2025) 5-10.
Pol Schevernels
Pol Schevernels is initiator van het Kenniscentrum Historie Nijenrode.
Meer verhalen van deze auteur| Thema | Kastelen & buitenplaatsen |
|---|---|
| Type | Geschreven verhaal |
| Periode | Late Middeleeuwen (1000 - 1500) |
| Regio | Vechtstreek |
| Plaats | Straatweg 25, 3621 BG Breukelen, Nederland |
| Permalink |