Het aflezen van de hoogtekaart
Op de onderzochte hoogtekaart zijn er op de Utrechtse Heuvelrug uitgravingen van wisselende omvang gevonden, bijv. 10 x 10m, waarbij het weggegraven zand als een wal op de rand werd gegooid. Dit werd gedaan zodat bij een onverhoopte explosie de grootste impact zou worden opgevangen door de aarde. Een simpel dakje hield de munitie droog. Ook is er meestal een toegangspad zichtbaar op de hoogtebeelden. De depots liggen zelden geïsoleerd in het landschap. Meestal gaat het om clusters die op regelmatige afstand van elkaar langs bospaden liggen. De afstand tussen de afzonderlijke depots is groot genoeg dat een explosie geen kettingreactie ontketent. Grote clusters liggen in de buurt van vliegvelden, zoals Soesterberg, en herbergden o.a. zware vliegtuigbommen.
Nette stapels in het bos
Interessant is het om luchtfoto’s te analyseren en naast de hoogtekaart te leggen. Luchtfoto’s genomen door de RAF op 26 december 1944 tonen enkele van deze depots, terwijl op foto’s die enige weken later zijn genomen aanzienlijk meer en uitgebreidere structuren zichtbaar zijn. Er ging dus heel wat werk in zitten als het goed moest worden ingericht. De locaties die op de luchtfoto’s zichtbaar zijn komen perfect overeen met de structuren op de hoogtebeelden.
Dat het goed inrichten van deze opslaglocaties geen geringe actie was, blijkt ook uit een ander deel van het seinbericht van spionagegroep Albrecht:
“Er zijn tussen 1000 en 1500 man hier gestationeerd. Waaronder 200 Italiaanse krijgsgevangenen en enige honderden Russen. Er wordt door de Duitsers hoofdzakelijk ‘s nachts gewerkt en overdag vrijwel niets gedaan behalve kaarten en bierdrinken. […] 200 Hilversummers zijn opgepakt om hier te werken. Hun taak is de snel neergegooide en al geladen munitie op nette stapels in het bosch te verspreiden.”
Meer weten over het Scars of War project? Dat lees je hier.