Portret van Maria van Pallaes met rechts haar wapen

Portret van Maria van Pallaes met rechts haar wapen Grolman, A.E. / 32019 / collectie Het Utrechts Archief - 1657 Publiek Domein 1.0

Niet geschikt voor onderdanigheid

Het leven van de Utrechtse Maria van Pallaes

‘De een z'n dood is de ander z’n brood’ is letterlijk het geval met de erfenis van Maria van Pallaes. Haar nalatenschap zorgde ervoor dat een aantal armen brood, onderdak en brandstof kregen. Als ze zich tenminste aan de regels hielden. Wie die mensen waren, weten we niet. Wel weten we iets van de gulle geefster en van wat ze naliet.

Mayken Lubbert van Pallaesdr (1578-1664) kwam uit een rijke en voorname Utrechtse familie. Ze bezat een aantal huizen in Utrecht en in de omgeving van de stad landerijen en hofsteden. Maar veel persoonlijk geluk was haar niet gegund. In 1630 werd ze weduwe en vijf van haar zes kinderen stierven tijdens haar leven. Adriana, de enig overgebleven dochter, mocht als kloosterlinge geen goederen bezitten ‘uit de dode hand’. En de enige andere erfgenaam, haar nicht Johanna Maria, trouwde met een gereformeerde man, wat voor de katholieke Maria reden was om Johanna Maria te onterven.

De fundatie

Ze besloot het familiekapitaal aan de armenzorg te besteden. In 1651 kocht zij een stuk grond aan de tegenwoordige Agnietenstraat. Hierop liet zij twaalf ‘kameren’ (huisjes) met een ‘refectiehuis’ (eetzaal en bestuurskamer) bouwen. In haar testament legde ze vast, dat de door haar zelf opgerichte Fundatie (stichting) haar nalatenschap beheren zou. De inkomsten voor de fundatie kwamen van de opbrengst van haar landgoederen.

De vrijwoningen van de Fundatie van Maria van Pallaes

Gezicht op de vrijwoningen van de Fundatie van Maria van Pallaes (Agnietenstraat 8-30) te Utrecht, met rechts het Refectiehuis (Nieuwegracht 205). Fotodienst GAU / 400277 / collectie Het Utrechts Archief - 1975 CC BY 4.0

De kameren Maria van Pallaes

De vrijwoningen of godskameren van Maria waren vrij van huur en met een jaarlijkse "preuve": gratis voedsel en brandstof. Dit was niet genoeg om van te kunnen leven, dus het was niet geschikt voor de allerarmsten. De bewoners waren veelal ouderen die iets voor hun oude dag hadden kunnen wegleggen, zoals dienstbodes, ambachtslieden en winkeliers in ruste.

Het werden ‘kameren’ genoemd omdat ze bestonden uit één kamertje en één zoldertje, één deur, één raam en één dakkapel. De kameren van Pallaes hadden een grondoppervlakte van 4,5 bij 7 meter, en waren daarmee iets groter dan gebruikelijk.

Je moest je wel gedragen

In de ‘Fondatie-brieff van XII Cameren’ uit 1662 staan de huisregels. De bewoners mochten geen inkomen van anderen ontvangen. Ze mochten niemand mishandelen of anderszins een ‘ongeschikt leven’ (zoals veelvuldig dronkenschap) leiden. Bij overlijden vervielen de bezittingen aan de Fundatie. De begrafenis werd dan wel door de Fundatie betaald. De kameren waren bestemd voor echtparen. Overleed één van de twee, dan moest de overgebleven partner gaan samenwonen met iemand van hetzelfde geslacht.

Status en zielenheil

Waarom liet Maria het geld niet gewoon aan de stad na? Dit kan uit medeleven met de armen zijn geweest. Maar de gevelsteen bij de deur van het refectiehuis laat weten dat ze wel een beloning in de hemel verwachtte. Bovendien wilde ze dat de armen goed konden zien aan wie ze dit te danken hadden: het schilderij ‘De jaarlijkse voedseluitdeling aan de armen’ van Hendrick Bloemaert met het familieportret, hing achter de tafel bij de jaarlijkse uitdeling. En boven elke deur van de huisjes hangt het familiewapen.

Maria van Pallaes tijdens de jaarlijkse voedseluitdeling aan de armen, op de achtergrond de Agnietenstraat

Portret van Maria van Pallaes, geboren 1587, echtgenote van H. van Schroyestein, stichteres van vrijwoningen van de Fundatie van Maria van Pallaes (Agnietenstraat 8-30) te Utrecht, overleden 1664. Ten voeten uit links, zittend, met achter haar, staand, vijf van haar zes kinderen, tijdens de jaarlijkse voedseluitdeling aan de armen. Op de achtergrond de Agnietenstraat met links het Agnietenklooster en rechts de door haar gestichte vrijwoningen. A. Frequin (schilderij van Hendrick Bloemaert) / 106023 / collectie Het Utrechts Archief - 1657 Publiek Domein 1.0

Op 23 oktober 1664 overleed Maria van Pallaes. In overeenstemming met haar stand luidden de klokken van de Domkerk, de Buurkerk, de Sint Janskerk en de Sint Nicolaaskerk bij haar begrafenis anderhalf uur en werd ze bijgezet in het familiegraf van Van Pallaes in het schip van de Domkerk, dat tien jaar later bij een wervelstorm zou instorten.

Wat er nog is

De Kameren in de Agnietenstraat bestaan nog steeds en worden door het Utrechtse Monumentenfonds onderhouden. Verder zijn er met het vermogen dat Maria naliet later nog 28 andere huisjes gebouwd in de Pallaesstraat, Minstraat en Wulpstraat. Er is een lantaarnconsole ter ere van de 350ste sterfdag gemaakt aan de Nieuwegracht bij de Servaasbrug. Het schilderij van Hendrick Bloemaert hangt in het Centraal Museum.

Gevelsteen boven de ingang van het refectiehuis van de Fundatie van Maria van Pallaes

Gevelsteen boven de ingang van het refectiehuis van de Fundatie van Maria van Pallaes Fotodienst GAU / 65384 / collectie Het Utrechts Archief - 1978 CC BY 4.0

Bronnen

Aanstoot, Bert, Fundatie Maria van Pallaes 350 jaar zorg voor de armen. 2015.

Kam, René de, ‘Voor den armen alhier’. De geschiedenis van vijf Utrechtse fundaties en hun vrijwoningen. Utrecht, Matrijs, 1998

Volbeda, Marja. Pallaes, Maria van, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Geraadpleegd via: http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/pallaes [04/12/2019]

 

Geleerde in zijn studeerkamer

IJbeling Hartog

IJbeling is lid van het Schrijfteam van Verhaal van Utrecht.

Meer verhalen van deze auteur

Aanvullende informatie

Thema Niet geschikt voor onderdanigheid
Type Geschreven verhaal
Periode Vroegmoderne Tijd (1500 - 1800)
Regio Utrecht stad
Plaats Agnietenstraat 5, 3512 XA Utrecht, Nederland
Permalink
https://n2t.net/ark:/88585/6c87439a-3ec9-4250-be0e-cf0459b7fcc4
2025 Landschap Erfgoed Utrecht