Aan de Burgemeester Wallerweg in Houten zijn in 1957 opgravingen verricht. Het terrein was al vanaf de midden-IJzertijd bewoond. In de Romeinse tijd hebben hier drie opeenvolgende gebouwen gestaan. Tussen 50 en 75 na Chr. werd de eerste houten boerderij gebouwd, tussen ca. 110 en 120 na Chr. een tweede houten boerderij en het derde gebouw werd tussen 150 en 175 na Chr. in steen opgetrokken. Mogelijk houden de nederzettingssporen verband met de boerderij die is gevonden in Houten-Tiellandt. De fundamenten van het stenen gebouw bestonden uit Grauwackeschiefer, een steensoort die voorkomt in de Ardennen en de Eifel, met daarop een tufstenen opbouw. De boerderij mat ongeveer 25 bij 4 meter, maar was misschien nog langer. De archeologen konden dit vanwege de omliggende bebouwing niet verder onderzoeken. De binnenvloer was bedekt met rood gekleurd cement, opus signinum. Aangetroffen fragmenten van een hypocaustum bewijzen dat het huis beschikte over vloerverwarming. De vensters waren vermoedelijk van glas voorzien. Aan de noordkant van het huis bevond zich mogelijk een porticus, een zuilengalerij. Het is niet uitgesloten dat het gebouw ook een verdieping had. Wandschilderingen, pleisterwerk, tufsteen, vloerbeton, tubuli, veel dakpannen en vensterglas maken het beeld compleet van een luxe gebouw dat het meest doet denken aan een eenvoudige Romeinse villa. Het gebouw kan ook een badhuis zijn geweest. Er zullen dan ook andere gebouwen in de omgeving hebben gelegen, maar daarnaar kan voorlopig geen onderzoek worden verricht. De resten liggen namelijk precies onder de bebouwde dorpskern. René Voorburg - 2018 CC BY-SA 3.0
Houten: de Romeinse villa's van Utrecht
Houten is een belangrijke archeologische vindplaats. Het is een van de oudste dorpen in het Kromme Rijngebied en er is vanaf de jaren tachtig grootscheepse nieuwbouw gepleegd: een buitenkansje voor archeologen.
Houten is al sinds de prehistorie een verbindingsplaats op de weg tussen Wijk bij Duurstede en Utrecht. Het lijkt erop dat het dorp in de Romeinse Tijd een belangrijke rol speelt als regionaal centrum, een soort niet-militaire vicus (een burgerlijke nederzetting). De aanwezigheid van allerlei voorwerpen van Romeinse makelij, ook van buiten de huidige provincie Utrecht, maakt duidelijk dat hier intensieve contacten tussen de inheemse bevolking en de Romeinen bestonden.