Ruige missie
Zijn niets ontziende werkwijze legde Liudger geen windeieren. Karel de Grote beloonde hem met de vijf Oost-Friese gouwen waar hij het evangelie had verkondigd. Ondertussen bouwde hij voort aan het ‘familiebedrijf’, het grootgrondbezit (en de bijbehorende landbouwopbrengsten van boerderijen op hun landerijen) dat zich aanvankelijk in zijn eigen geboortestreek bij Utrecht geconcentreerd had.
Met een missieopdracht op zak reisde Liudger naar Saksen. Daar verwierf hij steeds meer belangen en raakte zo van zijn geboortegrond verwijderd. In Wichmond bij Zutphen bouwde hij een kerk met het doel die tot een klooster te laten uitgroeien, maar uiteindelijk stichtte hij honderd kilometer oostelijker daadwerkelijk het kanunnikenstift Monasterium dat uitgroeide tot het tegenwoordige Münster. Vanuit deze uitvalsbasis predikte hij onder de Saksische bevolking.
Terug naar het Vechtgebied?
De sporen van Liudgers activiteiten zijn in de wijde omgeving van Münster terug te vinden. Hij kwam in plaatsen als Coesfeld en Nottuln, waar hij predikte en kerken stichtte. Vele kerkelijke instellingen in de streek zijn aan hem gewijd. Hij dacht er eerst nog over een klooster op het voorvaderlijk familiegoed Werina in het Vechtgebied te stichten, maar zag daar toch vanaf. Een boze droom zou hem ervan weerhouden hebben. In plaats daarvan stichtte hij in zijn Saksische missiegebied het familieklooster Werthina (Werden), tegenwoordig een deel van Essen. Niet toevallig weerklinkt in deze naam de plaats Werina door, waar hij eerder zijn familieklooster had willen stichten.