Bakstenen, vloertegels en dakpannen zijn zo oud als de Romeinen, maar de kunst om ze te maken, verdween met het vertrek van de Romeinen uit deze contreien. Pas in de 12de eeuw kwam die techniek terug door de uitwisseling van kennis via kloosters. De oudste bakstenen zijn dan ook te vinden in de kloosters, kerken en oudste stedelijke panden.
Aan de oevers van rivieren heeft zich eeuwenlang de klei afgezet waarvan aardewerk, steengoed en keramiek gebakken kon worden. Langs de rivier de Eem bijvoorbeeld, in de ‘Baarnse’ steenfabriek te Soestdijk. De sporen daarvan zijn inmiddels verdwenen, net als van steenfabrieken in Amersfoort. Aan de Hollandse IJssel waren ook verscheidene steenfabrieken gevestigd. In Montfoort (Willeskop) staan nog slechts de directeursvilla’s, woningen en een steenovenschuur, zoals de Rijnsteenfabriek IJsseloord. Langs de Vecht staat in Utrecht nog een bergplaats en droogruimte van de Stoom gedreven Pannen- en Tegelfabriek De Roode Brug en in Breukelen zijn de fabrieksschuren van steenfabriek Vecht en Rhijn gemeentelijk monument.
De tegel-, dakpan-en steenbakkerijen aan de Vaartsche Rijn bij Utrecht voerden al vroeg de klei per schip aan. De sporen van Van Arkel, Snoek, Weener en Van Wijngaarden zijn volledig verdwenen, op enkele arbeiderswoningen na. Van Steenfabriek De Liesbosch van de fabrikant Mijnlieff resten enkel nog de muren van de oven.