De naam van het landgoed is afgeleid van de herkomst van Duitse arbeiders die hier eind 18de-eeuw woonden. Jonkheer J.P.A.L. Ram kocht in 1860 de grond en liet het landgoed aanleggen. In 1863 werd het blokje personeelswoningen aan het Heezerspoor gebouwd en in 1867 volgde de bouw van het landhuis. Daarna begon de aanleg van het landschapspark, waarschijnlijk naar ontwerp van tuinarchitect Hendrik Copijn. Toen in 1872 jonkheer Louis Rutgers van Rozenburg eigenaar werd, liet hij na enkele jaren het park opnieuw herinrichten door tuinarchitect Leonard Antonij Springer. Deze vergrootte ook het voormalige beukendoolhof. Het doolhof met middenin een folly in de vorm van een kluizenaarshuisje is weer in oude luister hersteld.
In de 20ste-eeuw onderging het landgoed ingrijpende wijzigingen door houtkap, de aanleg van een productiebos en zandafgravingen. Ook werden delen verkocht. In de jaren '80 werd een begin gemaakt met de restauratie van het landschapspark. Het koetshuis uit circa 1870 is in 1990 gerenoveerd.