Voorgevel van het Garagebedrijf Jan Jongerius te Oudenrijn

Gezicht op de voorgevel van het Garagebedrijf Jan Jongerius te Oudenrijn Beer, W. de / 811825 / collectie Het Utrechts Archief - 1934 CC BY 4.0

Gezichten van Utrecht

De kar van Jan Jongerius

Als je reist kom je nog eens ergens, dat geldt zeker voor de Utrechtse hovenier Jan Jongerius (1881-1941) van wie foto's bestaan uit Frankrijk, Oostenrijk, Londen, Venetië, en ook Algerije en Tunesië. Maar zijn betekenis schuilt er vooral in dat hij heel veel anderen het reizen mogelijk heeft gemaakt door zijn activiteiten als succesvolle autobrandstofhandelaar, benzinepompbouwer en Forddealer.

Jan, die uit een oud Utrechts geslacht van tuinders stamde, had in 1914 het hoveniersbedrijf aan de Kanaalweg langs het Merwedekanaal van zijn vader overgenomen. Door de mobilisatie was er werk genoeg: hij leverde groenten aan de Veldartilleriekazerne op de Leidseweg in Utrecht, aan schoolkeukens en de gemeentelijke voedseldistributie. Hij vervoerde zijn waren per kar maar bezat ook al een Ford. Benzine kocht je toentertijd bij de drogist in blikken. Maar misschien tankte Jan vanaf 1920 bij de allereerste straatpomp in Nederland (van Shell) die voor het oude hotel Pabst op het dorpsplein van Doorn stond.

Acht kinderen uit het gezin Jongerius op de oprijlaan voor het woonhuis

Afbeelding van acht kinderen uit het gezin Jongerius op de oprijlaan voor het woonhuis (Nieuwe Bastiaanshof) behorend bij de Carrosserie- en constructiewerkplaatsen Jan Jongerius N.V. (Kanaalweg 34) te Jutphaas. Fotodienst HUA / 129697 / collectie het Utrechts Archief - 1940 CC BY 4.0

Groenten en brandstof

Zijn hofstede lag aan het Merwedekanaal waar hij groenten, aardappelen en fruit teelde. Hij kwam in 1918 in contact met het Amerikaanse Texaco dat een opslagplaats voor autobrandstof langs het kanaal had gekocht en zo de buur van Jan was geworden. Vanuit grote brandstoftanks aan het water vulde Texaco zijn ondergrondse voorraadvaten waar bovenop een met een handzwengel bediende benzinepomp stond. Jan sloot een overeenkomst en ging voor de Amerikanen vaten ingraven en pompen zetten. De groenteteelt zette hij gewoon voort.

Hij deed een volgende stap vooruit toen hij in 1926 dealer voor het Amerikaanse Fordconcern werd met showrooms, verkoopkantoren en garages, waaronder die aan de Utrechtse Leidseweg met zes benzinepompen en een centraal onderdelenmagazijn. Jongeriusgarages verschenen nu ook in Amsterdam en Arnhem. Zijn bedrijf werd een begrip; als het Utrechts Nieuwsblad verslag deed van een auto-ongeluk vermeldde de krant steevast dat het wrak was opgeruimd door "een takelwagen van Jongerius".

Auto-ongeval op Houtensche pad

Auto-ongeval op Houtensche pad Utrechtsch Nieuwsblad (1935, 4 juni), p3 via Het Utrechts Archief - 1935

Het paard en de auto

Het succes van Jans bedrijf is te verklaren door zijn handelsgeest en ondernemingszin, maar op de achtergrond speelde nog iets anders. Het autobezit nam in de jaren twintig sterk toe en tellingen lieten zien dat vanaf 1920 het autoverkeer op de rijkswegen het aloude paard-en-wagen-vervoer begon te overvleugelen, vooral in de provincie Utrecht. Dat toegenomen autoverkeer was schadelijk voor het oude beklinkerde wegdek, onder meer doordat de rubberbanden het zand tussen de stenen wegzogen en lieten verwaaien. Het onderhoud aan de Nederlandse wegen was al lang veronachtzaamd omdat de middelen vooral ingezet werden voor het veelbelovende spoornet. Daarom was de uitvoering van een nieuw Rijkswegenplan vanaf 1927 een grote stimulans voor het groeiende autobezit en -verkeer.

De villa

Jan bracht zijn bedrijf onder in de N.V. Jan Jongerius. Op de plek van zijn oude hofstede aan het Merwedekanaal liet hij tussen 1936 en 1938 een opvallend complex in moderne stijl verrijzen. Kantoor, garagehallen en woonhuis voor het gezin boden trots onderdak aan zijn N.V. Inmiddels is het geheel gerestaureerd onder de naam "Villa Jongerius".

Bronnen

- Santen, van B, 'T komt in orde, het ware verhaal achter villa jongerius, Matrijs (Utrecht, 2013).
- Schot, J.W., Lintsen, H.W., Rip, A. en Albert de la Bruhèze, A.A. (red.), Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Deel 5. Transport, communicatie, Stichting Historie der Techniek, z.p./ Walburg Pers (Zutphen 2002).
- Schuursma, B., Jaren van opgang, Nederland 1900-1930, Uitgeverij Balans (Amsterdam, 2000).

Geleerde in zijn studeerkamer

Peter van Walstijn

Schrijfteam UtrechtAltijd

Meer verhalen van deze auteur

Aanvullende informatie

Thema Gezichten van Utrecht
Type Geschreven verhaal
Periode Moderne Tijd (1800 - 1945)
Regio Utrecht stad
Plaats Kanaalweg 64, 3527 KX Utrecht, Nederland
Permalink
https://n2t.net/ark:/88585/b906f6f9-3616-49cf-81cd-27a4dbf755f3
2025 Landschap Erfgoed Utrecht