Keizer Antoninus Pius (138-161 n.Chr.) liet deze gouden munt slaan ter ere van zijn dochter Faustina. Op de voorzijde is haar portret afgebeeld. Faustina draagt haar haar in een dot, versierd met parels. Via dergelijke munten verspreidde de haarmode van de Romeinse keizerlijke familie zich tot in de uithoeken van het Rijk. De muntlegende vermeldt Faustina’s naam en haar verwantschap met de keizer. Aureus van Faustina II Onder Antoninus Pius In Goud, 147 Tot 150 NC, Vindplaats Onbekend, Collectie Gallo Romeins Museum Tongeren, ST 1046, 006 collectie Gallo-Romeins Museum Tongeren - 147 tot 150 n.Chr. CC0
De euro van de oudheid: het muntstelsel van de Romeinen
De Romeinen kennen munten als betaalmiddel al vanaf ongeveer 280 voor Christus. Maar het is pas de eerste keizer, Augustus (27 voor Chr. tot 14 na Chr.) die een officieel muntstelsel in het Romeinse Rijk invoert. In het maatschappelijke leven blijft ruilhandel nog een belangrijke rol spelen.
Het nieuwe stelsel van keizer Augustus voorziet vooral in munten van goud- en kopergeld. Dit is een toevoeging op de al ingevoerde denarius van zilver. De gouden aureus (waarde: 25 denarii) staat bovenaan in het stelsel. Goudgeld gebruiken de Romeinen vooral als spaargeld. De koperen munten zijn noodzakelijk voor een soepel alledaags betalingsverkeer. Centraal staat de as, met daaronder de halve en de kwart as, en erboven de dupondius (waarde: 2 as) en de sestertius (waarde: 4 as).