Levend erfgoed zijn culturele activiteiten die een wortel hebben in het verleden, maar nog steeds plaatsvinden en waarde hebben voor de mensen van nu. Ze worden bottom-up georganiseerd, dus niet van bovenaf door de overheid of een commerciële organisatie. Ze komen voort uit de behoefte van mensen en hebben zich in de loop van de tijd altijd aangepast en zullen dat blijven doen. Het zijn tradities, feesten, ambachtelijke vaardigheden, kennis die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het is levend en dynamisch erfgoed, wat vaak een verbinding heeft met de plek waar het plaatsvindt. Denk aan een koeienmarkt, midwinterhoornblazen, een optocht, een bepaald ambacht. De groep mensen die zo een traditie beoefent, noemen we ook wel gemeenschap.
Levend erfgoed is door Unesco beschreven in het Verdrag ter bescherming van immaterieel cultureel erfgoed uit 2003. Nederland heeft dit verdrag in 2012 ondertekend. Immaterieel erfgoed is de ontastbare, maar wel zichtbare, tegenhanger van het Unesco werelderfgoed, dat om monumenten, gebouwen, landschappen of stadsgezichten draait.
In Nederland wordt levend erfgoed bijeen gebracht op de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Deze vormen van levend en dynamisch erfgoed wordt door de mensen zelf voorgedragen op de Inventaris. Het moet wel in overeenstemming zijn met de Nederlandse wet en de mensen- en dierenrechten. De bijschrijving op de inventaris betekent niet dat professionals het erfgoed goedkeuren of dat UNESCO het beschermt, het is puur de gemeenschap zelf die dat doet.
Hieronder lees je verhalen uit de provincie Utrecht.