Een buitenplaats aan de Vecht 1740

Schoolplaat 'Een buitenplaats aan de Vecht 1740', getekend door J.H. Isings Jr in de serie Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis. Gefotografeerd in 2004 voor het Erfgoedhuis Utrecht en Museum Maarssen, dat nu het Vechtstreekmuseum is. Landschap Erfgoed Utrecht

Kastelen & buitenplaatsen

Het leven op de buitenplaatsen van Utrecht

Buitenplaatsen waren zomerse toevluchtsoorden voor de families van rijke kooplieden en bestuurders. Zij genoten er van frisse lucht, een gezond landleven en allerlei vormen van ontspanning. Hun sociale leven ging gewoon verder. Men zocht elkaar op om te praten, spelletjes te doen en om te pronken met huis, interieur en tuin.

Buitenplaatsen waren grote huizen met bijgebouwen en bewerkelijke tuinen. Een deel van de huisraad, kleding en meubels ging ’s zomers mee naar de buitenplaats. Boedelinventarissen vermelden theetafels, bedden en kasten, schilderijen en (wand) tapijten, biljarttafels, tabaks- en snuifdozen en hengels. Men verhuisde meestal met de regelmatig varende trekschuiten. De buitenhuizen lagen niet voor niets aan het water, zoals de Amstel en de Vecht. 

Bedienden reisden vooruit om het huis te luchten, schoon te maken en verder voor te bereiden op de komst van de familie. Die kwam per koets.

Personeel

De buitenplaats functioneerde niet zonder personeel, gemiddeld zo’n zes tot acht bedienden: koetsier, kok, linnenmeid, dienstbodes en voor de kinderen een kindermeid of gouvernante. Zij reisden vooruit om het huis te luchten, schoon te maken en verder voor te bereiden op de komst van de familie. Die kwam per koets. Voor de tuin moest het hele jaar worden gezorgd, dus was de tuinman permanent aanwezig op de buitenplaats. Ook werd lokaal wel eens personeel ingehuurd. De heer des huizes vertrok regelmatig naar de stad: de handel ging door en er moest geld worden verdiend. In enkele gevallen konden zij aan huis werken: eigenaren van industrieën buiten de stad bouwden op het terrein van hun fabriek een buitenhuis. ‘Zijdebalen’ aan de Vecht bij Utrecht was gebouwd bij een zijdefabriek.

Vijver in de tuin van huis Zijdebalen Utrecht

Gezicht over de grote vijver in de tuin van het huis Zijdebalen aan de Vecht te Utrecht op het huis, met links de oranjerie en rechts de fabriek, en op de voorgrond de beelden van de stroomgoden Lek en Vecht. Geheel links is de as van de tuin aangegeven. Jan de Beijer / 37983 / collectie Het Utrechts Archief - 1745 Publiek Domein 1.0

Kunstenaars en intellectuelen

Er was veel belangstelling voor wat groeit en bloeit en voor het kweken van bijzondere soorten. Op het menu stonden seizoensproducten. Kinderen hielpen het personeel bij de oogst en het schoonmaken van het fruit dat werd ingemaakt. Dieren hoorden bij de buitenplaats; paarden voor koets, honden voor de jacht of als huisdier. Er was een kleine veestapel voor melk, vlees en eieren. Een populaire bijverdienste was in de 17de eeuw de verkoop van eigenhandig vetgemeste ossen.

Het sociale leven ging door tijdens visites, diners, picknicks, feesten en bruiloften. Banden werden aangehaald, nieuwe contacten aangeknoopt. Familie, vrienden en zakenrelaties waren welkom voor langdurige logeerpartijen. Kunstenaars en intellectuelen werden uitgenodigd om het leven te veraangenamen, én om te imponeren. Zo was de legendarische Constantijn Huygens in 1656 te gast op Goudestein (Maarssen). Zijn plezierig verblijf inspireerde hem tot liefst drie gedichten over de buitenplaats.

De buitenpartij

Een 17de-eeuws publiek zal zeker veel genoegen hebben beleefd aan dit vrolijke kijkspel. Tegelijk zal het zich bewust zijn geweest van de boodschap die erin schuilt: er is meer op deze wereld dan eten, drinken en feestvieren. Een veelzeggend detail is de aap aan een ketting: die staat voor de zondige mens, die zich vrijwillig door zijn lage lusten laat ketenen. Dirck Hals / collectie Rijksmuseum - 1627 Publiek Domein

Theekoepels

Er werd gejaagd en paardgereden. De rivier leende zich voor vaartochtjes en voor het vissen. Volwassenen zochten de rust in een boek of in de dichtkunst. Of zij musiceerden, speelden kaart of keuvelden wat bij een kopje thee. Nu nog zie je langs de Vecht en elders de sierlijke theekoepels van waaruit men een prachtig zicht had op het water en op wie er voorbij kwam. De tuinen nodigden uit tot wandelen. Ook daar ging het pronken verder, met exotische gewassen, prachtige pauwen, waterpartijen of een doolhof. Joost van den Vondel (1587-1679) vatte het aardig samen in bijgaand gedicht.

Hij plant, hij poot, of hij verzet, Belaagt de vooglen met zijn net, Of verlenende met ijver, De spartel-vis trekt uit den vijver, Met zijn gebogenen hangelroê, Of is hij zulke spelen moê, Hij spant zijn paarden in, vóór ’t dagen, En gaat met honden ’t knijn belagen; Of rijdt bij klaren zonneschijn Door wegen, die verstrengeld zijn Als voormaals der Cretensen doolhof

Joost van den Vondel (1587-1679)

Thema Kastelen & buitenplaatsen
Type Geschreven verhaal
Periode Vroegmoderne Tijd (1500 - 1800)
Organisatie Kasteel Groeneveld
Regio De Vecht
Plaats Maarssen
Permalink
https://n2t.net/ark:/88585/7e2019d8-5607-4301-b407-8fd0b441ab93

Dit vind je misschien ook interessant

2025 Landschap Erfgoed Utrecht