Galgenplaats
Het geloof in geestverschijningen kan versterkt zijn door de nabijgelegen gerechtsplaats, ten zuiden van de galgwetering. De galgenplaats met knekelveld grensde ten noorden aan wat nu het gemeentehaventje is en lag tegen de grens van de stadsvrijheid, zo ver mogelijk van het stadscentrum. De galgenplaats bestond uit een driehoekige put met op iedere hoek een lange mast. De palen waren bovenin met elkaar verbonden. Daaraan werden lichamen van ter dood gebrachte misdadigers opgehangen. Verder stonden er enkele lange staken met er bovenop een horizontaal rad, waar ook lichamen aan vastgemaakt waren. Dit hele spektakel was bedoeld om vreemdelingen die de stad naderden af te schrikken en duidelijk te maken dat het de Utrechters menens was met de handhaving van het recht. Niet voor niets bevond zich de galgenplaats aan de Vaartsche Rijn, dat met het zandpad ernaast gold als één van de belangrijkste en drukste verbindingswegen met de stad.
Wat overbleef
De buitenplaats Rotsoord raakte zodanig in verval dat die in 1840 is vervangen door een ander huis. Op deze plek werd later de Utrechtsche Machinale Stoelenfabriek (UMS) gevestigd, later Pastoefabriek genoemd. En de verhalen over Abraham Keer? Die zijn bewaard gebleven in de ‘Herinneringen uit de laatste twintig jaren van de 18e-eeuw’, geschreven door Cornelis J. Nagtglas. Cornelis was een kleinzoon van Johanna Francina van Oort, die weer een kleindochter was van de bouwheer van Rots-Oort: François van Oort. De verhalen lijken weliswaar sterk anekdotisch maar berusten wel degelijk op feiten.
Meer lezen
Peter Sprangers, 250 jaar Rots-Oort aan de Vaartsche Rijn, 1668-1918 (Utrecht 2022) 180 p.