Villa Aardenburg

Villa Aardenburg. Rieno van Vulpen - 2022 CC BY-NC-ND 4.0

Aardenburg

In Doorn ligt landgoed Aardenburg, met een witgepleisterd landhuis met witte luiken, gebouwd in neoclassicistische stijl. De tuin eromheen is landschappelijk aangelegd, met een slingervijver en ogenschijnlijk willekeurig geplante bomen.  Hier zijn ook een koetshuis, een boerderij en een portierswoning te vinden. De oranjerie vlakbij de boerderij is door verbouwingen aangetast.

Vanaf de aankoop van de grond in 1860 begon de Amsterdamse bankier Jan van Eeghen met de aanleg van een landschappelijk park. Tuinarchitect Jan Copijn maakte hier waarschijnlijk de ontwerpen voor. Rond 1865 werd het landhuis gebouwd naar ontwerp van de architect Lucas Hermanus Eberson. In 1874 en 1897 werd de buitenplaats uitgebreid. In 1902 werd het huis in opdracht van Samuel Pieter van Eeghen vergroot naar plannen van architect Christiaan Bernhard Posthumus Meyjes. Tegelijkertijd kreeg Hendrik Copijn, de zoon van Jan Copijn, de opdracht de tuin uit te breiden waarbij hij de sobere stijl van zijn vader als uitgangspunt nam. In het westelijk deel liet Hendrik Copijn een tuin aanleggen in romantische landschapsstijl met onder andere bruggen, rotspartijen van kippengaas en cement, een ravijn en een eiland. In het oostelijk deel werden een kinderspeelhuis en tuinhuisje geplaatst.

Na jaren van leegstand werd Aardenburg na de Tweede Wereldoorlog een herstellingsoord voor militairen en werden er barakken en andere nieuwe gebouwen op het terrein aangelegd. Tot op de dag van vandaag heeft Aardenburg zijn functie als militair revalidatie centrum behouden. Het park eromheen is deels openbaar toegankelijk.

Link met kolonialisme

"In 1860 kocht Jan van Eeghen (1816-1865) een deel van landgoed Moersbergen. Het jaar daarna liet hij daar het neoclassicistische buitenhuis Aardenburg bouwen, ontworpen door ‘hofarchitect’ Lucas H. Eberson. Aardenburg dankt zijn naam aan het Zeeuwse Aardenburg. Daar streken de doopsgezinde voorouders van Van Eeghen in 1632 neer, op de vlucht uit de katholieke zuidelijke Nederlanden. Vandaar trokken de Van Eeghens naar Amsterdam. Rond 1780 hadden zij een grote handelsfirma opgebouwd die onder andere handel dreef op Suriname en Curaçao. Zij profiteerden zo van de slavernij in deze Nederlandse koloniën, ondanks de groeiende kritiek onder doopsgezinden op deze mensonterende praktijk.
In de 19de-eeuw verschoof de aandacht van de Van Eeghens van de West-Indische naar de Oost-Indische koloniën. Het was Samuel Pieter (Sam) van Eeghen (1853-1934), een zoon van Jan van Eeghen, die zich rond 1900 ontpopte als koning van zakelijk Amsterdam. Als 22-jarige was hij naar Nederlands-Indië gegaan. Daar had hij ‘in een primitief rijtuig vijftien maanden lang over het Indische platteland [..] gereisd, op zoek naar geschikte handelswaar’. Die vond hij. Het handelshuis Van Eeghen bouwde grote belangen op in diverse Indische landbouwondernemingen – van tabak tot copra, een grondstof voor het nieuwe product margarine -, het bracht Indische ondernemingen naar de Amsterdamse beurs, en Sam van Eeghen had diverse commissariaten bij soortgelijke bedrijven. 
Sam van Eeghen liet in 1902 Aardenburg verder uitbouwen. Samen met zijn moeder had hij al eerder meer land aangekocht. Sam woonde met zijn vrouw jvr. Olga Catherina Antoinetta van Loon (1856-1936) tot zijn dood op Aardenburg. Olga van Loon was de dochter van Hendrik van Loon en Louise Borski, die op een paar kilometer van Aardenburg het ‘paleis’ Hydepark hadden laten bouwen."
Bron (deels ingekort): Doorn - Koloniaal erfgoed te voet

Type Geschreven verhaal
Regio Stichtse Lustwarande
Plaats Driebergsestraatweg 1, 3941 ZX Doorn, Nederland
Permalink
https://n2t.net/ark:/88585/53d732f5-73b3-459d-a50e-7aa1797d509a
2025 Landschap Erfgoed Utrecht